een boom eet niets
hij drinkt alleen
en toch staat ie zo verankerd
als ik alleen drink
en verder niets
ben ik één en al gewankel
een boom vangt wind
en wiegt daarop
en kust de mooie luchten
ik
vanaf mijn wiegetijd
laat winden van het zuchten
en tot slot
een boom
hij wordt zo oud
en vindt dat niet bijzonder
terwijl ik
van elke rimpel schrik
en de jeugd nog zo bewonder
O, was ik maar een boom
dan had ik niet zo'n zorgen
dan koesterde ik de jaarlijnen
en dronk mijn weg naar morgen